Einde aan onzekerheid zzp constructie met Zelfstandigenwet
Het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet beoogt een duidelijk wettelijk kader te introduceren dat de kwalificatie van een werkrelatie tussen een zakelijke opdrachtgever en een zelfstandige regelt.
Het wijkt af van de kaders en meeste uitgangspunten vanuit de jurisprudentie die de basis vormen voor het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR)
Doel wetsvoorstel
1. Bieden van rechtszekerheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers
De VBAR biedt niet vooraf voldoende zekerheid over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Het codificeert slechts de jurisprudentie zonder fundamenteel iets te veranderen. Met de introductie van een helder wettelijke toetsingskader en een toetsingsmogelijkheid (al dan niet) vooraf, beoogt dit wetsvoorstel dat wel te doen.
2. Wetgeving beter laten aansluiten bij de moderne arbeidsmarkt en erkenning van de behoefte aan de autonomie van een grote groep zelfstandigen
In dit wetsvoorstel wordt veel meer benadrukt dat de behoefte aan autonomie een belangrijke reden is voor werkenden om zelfstandig te worden. Vrijheid en onafhankelijkheid zijn, meer dan geldelijk gewin, de voornaamste redenen om als zelfstandige aan de slag te gaan.
3. Creëren van een gelijk speelveld op de arbeidsmarkt en de sociale bescherming van zelfstandigen verbeteren
Het ‘creëren van een gelijk speelveld’ is ook een element bij de VBAR. De initiatiefnemers van de Zelfstandigenwet verwijzen daarnaast naar het reeds ingezette beleid wat betreft het afbouwen van fiscale voordelen en het invoeren van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenvoorziening voor zzp’ers. Dit zorgt voor betere sociale bescherming zonder dat daarbij een beroep wordt gedaan op het collectief.
Toetsingskader
Het initiatiefwetsvoorstel bestaat uit drie cumulatieve (gelijkwaardige) toetsen die duidelijkheid bieden of sprake is van werken als zelfstandige namelijk: de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en de sectoraal rechtsvermoedentoets.
Zelfstandigentoets
Er wordt eerst concreet naar de zelfstandige zelf gekeken. Is diegene daadwerkelijk een zelfstandige?
Van zelfstandigheid is sprake als de werkende:
- werkt voor eigen rekening en risico;
- een deugdelijke administratie voert;
- zich in het economisch verkeer uit als zelfstandig ondernemer;
- een adequate voorziening heeft getroffen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid;
- voorzien heeft in een proportionele bijdrage voor een voorziening bij pensionering.
Werkrelatietoets
Vervolgens wordt getoetst op afwezigheid van gezag/dienstverband. Daarvoor is van belang of de werkrelatie tussen de werkende en de werkverstrekker voldoet aan de vier criteria waardoor geen sprake is van gezag/in dienst zijn van een werkgever. De vier criteria zijn gelijkwaardig aan elkaar en er moet dus aan alle vier de criteria zijn voldaan om buiten dienstbetrekking te kunnen werken. Het gaat om:
- de afwezigheid van hiërarchische controle;
- de vrijheid van organisatie van de werktijd;
- de vrijheid van organisatie van het werk;
- de bedoeling van de partijen om anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid te verrichten.
Opvallend is dat de partijbedoeling een belangrijk element wordt, terwijl op basis van bestaande jurisprudentie hier juist niet meer naar wordt gekeken. Ook valt op dat het element ‘inbedding van werkzaamheden’ niet meer van belang zal zijn. Als reden daarvoor wordt gegeven dat als al uit de zelfstandigentoets blijkt dat de persoon zelfstandige is, aannemelijk is dat de werkende niet structureel geïntegreerd kan zijn in een organisatie.
Sectoraal rechtsvermoedentoets
Deze toets geeft antwoord op de vraag: gelden er binnen de sector waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd extra regels die wijzen op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst?
Het wetsvoorstel introduceert een extra (weerlegbaar) rechtsvermoeden voor een arbeidsovereenkomst voor sectoren met een hoog risico op schijnzelfstandigheid. Het gaat dan om de mogelijkheid om op basis van een set van verschillende sectorale criteria te kijken of vermoed wordt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Wordt voldaan aan een meerderheid van deze sectorale criteria dan is sprake van een arbeidsovereenkomst.


Leave a Reply
Want to join the discussion?Feel free to contribute!